Augustinus van Hippo

Augustinus werd in het jaar 354 geboren in Thagaste, in het tegenwoordige Algerije, als zoon van een heidense vader en een vrome katholieke moeder. Deze laatste, Monica, zou een grote rol spelen in het leven van Augustinus. Hij werd als kind niet gedoopt, ging in Carthago grammatica en retorica studeren en later ook doceren. In die periode komt ook zijn grote intellectuele begaafdheid aan het licht.

Augustinus-05-web

Augustinus is iemand die streeft naar wijsheid en gaat mede daardoor waarden als carrière en wereld genot al snel relativeren. Later zal hij er geheel afstand van nemen. In 383 steekt hij over naar Italië en gaat doceren in Rome en later in Milaan, waar Ambrosius bisschop was. Deze stond bekend om zijn welsprekendheid en om die reden ging Augustinus naar hem luisteren. Daarbij werd hij getroffen door de helderheid van de christelijke boodschap.

In 386 vond de beroemde tuinscène plaats, waarin Augustinus weende en een kinderstem hoorde die riep: 'tole lege', 'neem en lees'. Vanaf dat moment gaat de Schrift voor hem open. Zij zou voor de rest van zijn leven zijn leidraad blijven. Augustinus trekt zich met zijn vrienden op een landgoed terug voor bezinning. Hier zal zijn verlangen naar gemeenschapsleven groeien en nooit meer verdwijnen. In de paasnacht van 387 wordt Augustinus gedoopt en een jaar later reist hij terug naar Thagaste. Zijn moeder Monica sterft onderweg. Zij heeft de vreugde van zijn bekering nog mogen meemaken.

Met enkele vrienden begint Augustinus een kleine kloostergemeenschap. Drie jaar later echter, in 391, in Hippo, toen Augustinus al grote bekendheid genoot, verlangt het volk hem als priester, zeer tegen zijn zin in. Na zijn wijding blijft hij het kloosterleven trouw en sticht een nieuw klooster in Hippo, nu voor priesters. Nu ontwikkelt Augustinus zich tot een toegewijd zielzorger, schrijft en houdt ongelooflijk veel preken en zal de rest van zijn leven de schrift blijven bestuderen en becommentariëren. Wanneer hij in 395 bisschop wordt gewijd, blijft hij kloosterling en beijvert zich om het kloosterleven te verspreiden. Wanneer hij in 430 sterft laat hij een bijna bovenmenselijke hoeveelheid geschriften na, waarvan het grootste deel tot op de dag van vandaag is bewaard gebleven.