Tot zwijgen gebracht
Wil van der Heijden
Buiten is het mistig. Dit novemberweer roept een sfeer van stilte en inkeer op. De actieve zomerse dagen behoren tot het verleden. De fietstocht die ik deze zomer maakte van Haarlem naar Auschwitz behoort echter in mijn gedachten nog lang niet tot het verleden.
De dagelijkse tocht met vieren achter elkaar, door een steeds wisselend landschap, brengt het bestaan terug tot het meest basale: bewegen en rusten, eten en slapen. Naarmate de dagen verstrijken lossen irritaties op, wordt het hoofd leger en raak ik steeds meer verbonden met het landschap waar we door heen fietsen: akkers en weilanden, heuvels en meren, dorpjes en stadjes van rijk tot arm. Je raakt uitgepraat door de cadans van de trappers die ontelbare keren rondgaan, door de wind en de zon in je gezicht en door het vele wat oren en ogen ervaren. Letterlijk word je tot zwijgen gebracht op een rustige wijze doorheen de dagen van het fietsen. Stilte nestelt zich met zachte hand in je.
Een schrille tegenstelling tot de wijze waarop ik en vele anderen in Auschwitz tot zwijgen werden gebracht. Ondanks alles wat je erover gezien, gehoord en gelezen hebt is het zo aangrijpend daar te staan dat er alleen maar verbijstering en stilte heerst bij zoveel mensen. Onze gids, voor wie dit werk zeer verbonden was met de geschiedenis van zijn familie die in de nabijheid van het kamp woonde, bracht die persoonlijke betrokkenheid op een integere wijze tot uiting. Het is zo overrompelend wat je hoort en ziet én vooral ook door wat je niet ziet. Op de desolate immense vlakte van Birkenau is er, behalve enkele houten barakken, enkel leegte en betonnen palen met prikkeldraad, eindeloze rijen lang.
In die dagen las ik in een boekje van een historica over de feitelijke situatie in Auschwitz gedurende de oorlog: over de daders, van kampbewakers tot directie van de ernaast gelegen chemische fabriek I.G. Farben, die het gas produceerde voor de ovens en van aantallen tot achtergronden van de slachtoffers. De vernietiging van mensen gepland, in systemen geordend en tot in de perfectie uitgevoerd. Niet door buitenaardse wezens of duivels, maar door ons soort mensen, van wetenschappers tot arbeiders, van boeren tot kunstenaars.
Ik ben nog steeds enigszins verbijsterd, me afvragend “wat zou ik...?”. Ik kan alles dáár laten en áchter me laten. Vruchtbaarder is het om alert te zijn, hier en nu. Waar worden nu mensen om hun geloof, geaardheid of achtergrond gestigmatiseerd of buitengesloten. Wat doet dat met mij of wat doe ik ermee?
Vragen die me in deze stille novembermaand nog steeds bezig houden. In de maand ook waarin we met Allerzielen onze doden herdenken. Ik loop dan graag over een begraafplaats waar mensen bezig zijn met de graven van hun dierbaren. In stilte mijmerend, verdrietig om het verlies of mogelijk ‘in gesprek’ met hun dierbare familielid of vriend.
Bij de doden, misschien juist bij de doden, heerst een sfeer van zwijgen. Niet van doodzwijgen, als waar is wat Cornelis Verhoeven in zijn boek ‘Dierbare woorden’ zegt: “Als taal werkelijk communicatie is, kan het zwijgen alleen maar zo worden geïnterpreteerd dat het daar een onderdeel van is”.
Zo kan het verbijsterende zwijgen mogelijk de voedingsbodem worden om ooit eens weer wat zinvolle woorden te zeggen. Kan, zeg ik, omdat zwijgen en zwichten, aldus Verhoeven taalkundig tot dezelfde stam behoren. Inderdaad kan zwijgen tot zwichten en doodzwijgen leiden. Maar een zwijgen, dat tot op de bodem durft te gaan kan vruchtbaar worden. Dan is een bezoek aan Auschwitz niet voor niets geweest. Zo mag ik hopen.

U kunt blijk geven van uw waardering voor Stukwerk door overmaking van een vrijwillige bijdrage op één van de
rekeningen van de Abdij van Berne te Heeswijk: Postbank 1082440 of Rabobank 1201.00.908 (vermelding: 'vrijwillige bijdrage') Voor
buitenlandse abonnee's: Rabobank 12.01.00.908; IBAN: NL64RABO 0120 1009 08; BIC: RABONL2U |
Alle vorige afleveringen van Stukwerk-online zijn te vinden op
www.abdijvanberne.nl.